Blogs
Bloggers blijven u informeren over de stand van zaken over Positieve Psychologie. Wilt u op de hoogte blijven meld u dan aan voor ToPPics de gratis nieuwsbrief.
Column Evelien Gubbels: Twee kanten van hetzelfde leven
Over verlies, dankbaarheid en de menselijke neiging om gevoelens op te lossen
We zijn opvallend goed in het bedenken van oplossingen. Als iets pijn doet, willen we begrijpen waarom. Als we verdrietig zijn, zoeken we naar manieren om ons beter te voelen. En als we eenmaal een beetje overeind krabbelen of een nare gebeurtenis is afgelopen, hopen we dat we deze moeilijke tijd achter ons kunnen laten.
Veel mensen met een beetje een interesse in psychologie willen zo ook omgaan met hun gevoelens en graag oplossingsgericht aan de slag. We willen verdriet verwerken, leren accepteren en uiteindelijk weer vooruit. Toch kan de wens om ons beter te voelen ongemerkt veranderen in een nieuwe opdracht: ik moet dit een plek geven, ik moet het accepteren, ik moet weer kunnen genieten.
Ik herken die neiging ook bij mezelf. Wanneer je te maken krijgt met een ingrijpende verandering, kun je niet alleen bezig zijn met wat er is veranderd, maar ook met de vraag of je er wel goed mee omgaat. Ben ik al ver genoeg? Kan ik dit inmiddels accepteren? Waarom raakt het me vandaag opnieuw? En zou ik niet wat dankbaarder mogen zijn voor wat er nog wél is?
Voor je het weet, ben je niet alleen aan het omgaan met verdriet, maar beoordeel je ook hoe je dat verdriet doet.
Wanneer positief denken een nieuwe opdracht wordt
Binnen de positieve psychologie is er veel aandacht voor wat mensen helpt om tot bloei te komen: positieve emoties, betekenisvolle relaties, persoonlijke groei en het ervaren van mogelijkheden. Dat is waardevol. Juist wanneer het leven moeilijk is, kan het helpen om oog te houden voor wat steun geeft, waar plezier te vinden is en wat het leven betekenisvol maakt.
Maar positieve psychologie is niet hetzelfde als positief moeten denken. Dankbaarheid betekent niet dat verdriet verdwijnt. Hoop vraagt niet dat we de ernst van een situatie ontkennen. En veerkracht betekent niet dat we altijd snel ‘herstellen’.
Soms kunnen helpende ideeën veranderen in verwachtingen waaraan we heel graag willen voldoen. We willen ons verdriet niet alleen doorstaan, maar er ook iets van leren. We willen niet alleen leven met verlies, maar het liefst ook accepteren en anders naar de wereld leren kijken. En als we merken dat er daarnaast mooie dingen zijn, kunnen we ons schuldig voelen over het feit dat we nog steeds verdrietig zijn.
Verdriet en dankbaarheid kunnen naast elkaar bestaan
Bij verlies ervaren we vaak dat er iets belangrijks is veranderd. Dat kan gaan om het overlijden van een dierbare, maar ook om verlies van gezondheid, een bepaalde vanzelfsprekendheid of gevoel van veiligheid en controle, iets met je werk, toekomstbeelden of een manier van leven die niet meer past bij de werkelijkheid van nu.
Soms is heel duidelijk wat we missen. Andere keren zit het verlies in kleine momenten die we niet meteen helemaal kunnen vatten. Denk aan niet mee kunnen met vrienden, plannen moeten afzeggen of merken dat iets wat vroeger vanzelf ging nu veel energie kost. Tegelijkertijd kan er nog steeds liefde zijn, plezier, verbondenheid of dankbaarheid voor wat het leven brengt.
Je kunt dankbaar zijn voor je partner en verdrietig over wat je samen niet meer kunt doen. Je kunt genieten van een fijne middag en later die avond rouwen omdat je zo ontzettend moe bent. Je kunt blij zijn met een nieuwe mogelijkheid en tegelijkertijd verlangen naar hoe het vroeger was.
En wat daarin heel belangrijk is om te beseffen en te voelen: Die ervaringen spreken elkaar niet tegen. Het laat ons gewoon zien dat het leven uit meerdere ‘werkelijkheden’ bestaat.
Het Dual Process Model van Stroebe en Schut (1999) beschrijft hoe mensen na een verlies bewegen tussen verliesgerichte aandacht en aandacht voor het aanpassen aan een veranderd leven. Soms staan het gemis en de pijn op de voorgrond. Op andere momenten is er ruimte om praktische zaken op te pakken, nieuwe routines te ontwikkelen of plezier te ervaren. Die beweging verloopt niet noodzakelijk in een rechte lijn. Een dag waarop het beter gaat, sluit verdriet morgen niet uit.
Hoewel dit model oorspronkelijk is ontwikkeld voor rouw na overlijden, biedt het ook een bruikbaar perspectief op andere verlieservaringen: er kan ruimte nodig zijn om stil te staan bij wat niet meer is én om te ontdekken hoe het leven verder vorm kan krijgen.
Dat laatste hoeft overigens niet te betekenen dat we dankbaarheid moeten voelen. Soms is er alleen verdriet, boosheid of uitputting. Ook dat mag er zijn. Ruimte maken voor twee kanten betekent niet dat beide kanten op ieder moment aanwezig moeten zijn. Het betekent dat we niet op voorhand één kant hoeven uit te sluiten.
Wat verandert er als we gevoelens niet meteen proberen op te lossen?
Wanneer we een gevoel direct willen veranderen, richten we onze aandacht al snel op de vraag hoe we er zo snel mogelijk vanaf komen. Verdriet moet minder worden, angst moet verdwijnen en acceptatie moet dichterbij komen. Daarmee kan ongemerkt een strijd ontstaan met een ervaring die op dat moment nu eenmaal bij ons hoort.
Een andere houding is om eerst eens te onderzoeken wat het gevoel ons laat zien. Verdriet kan duidelijk maken wat belangrijk voor ons was. Boosheid kan wijzen op een grens die is overschreden. Dankbaarheid kan onze aandacht richten op iets wat ons steun of betekenis geeft. Dat betekent niet dat ieder gevoel een duidelijke boodschap bevat of dat we alles wat we voelen moeten analyseren. Soms is verdriet gewoon verdriet. En ook dat kan onderdeel van het onderzoek zijn. Voelen dat je verdriet hebt, zónder er iets mee te moeten.
Het verschil in deze twee zit vooral in de ruimte die we onszelf geven. In plaats van te denken: hoe zorg ik dat ik me anders voel?, kunnen we ons afvragen: kan dit gevoel er even zijn, zonder dat ik er meteen iets mee hoef?
Ook in de behandelkamer hoeft niet alles vooruit
Voor psychologen en andere professionals die mensen begeleiden ligt hier een belangrijke uitnodiging. We willen mensen graag helpen om weer perspectief te ervaren. We zoeken naar wat iemand kracht geeft, stimuleren helpende activiteiten en ondersteunen bij acceptatie en aanpassing. Dat kan heel waardevol zijn.
Tegelijkertijd vraagt het om alertheid. Wanneer leggen we zelf, misschien onbedoeld, de nadruk op vooruitgang? Wanneer vragen we vooral naar wat iemand helpt, terwijl er eerst erkenning nodig is voor wat diegene is kwijtgeraakt? En wanneer wordt acceptatie het volgende doel dat iemand denkt te moeten bereiken?
Goede begeleiding betekent niet dat we iemand helpen om zo snel mogelijk aan de andere kant van verdriet te komen. Het betekent soms ook dat we samen kunnen verdragen dat die andere kant nog niet in zicht is.
Dat proces van 'moeten vooruitgaan' herken ik ook bij mezelf. Na een ernstig auto-ongeluk besloot ik exact twee jaar later mijn eigen bedrijf te starten: Chronisch Geluk. Mijn hoofd had alles al helemaal rond: vanaf nu (die 2 jaar geleden) zou deze datum voor iets positiefs staan. Een mooi besluit, en ik was oprecht trots. Maar mijn lichaam wist van niets; precies op die datum stond vorig jaar de fysieke herinnering en het verdriet toch weer op de voorgrond. Hoeveel cliënten ik ook al had begeleid, de werkelijkheid liet zich niet dwingen, ook al had ik nog zo goed mijn best gedaan om ‘te accepteren en te verwerken’.
Een eenvoudige oefening: twee kanten op papier
Wie wil onderzoeken hoe verschillende kanten van een ervaring naast elkaar kunnen bestaan, kan dat doen met een eenvoudig vel papier.
Schrijf aan de ene kant op wat je mist, waar je verdrietig of boos over bent, wat moeilijk is of waar je naar verlangt. Probeer niets mooier te maken dan het is. Je hoeft niet mild, dankbaar of oplossingsgericht te formuleren. Het gaat erom eerlijk te erkennen wat er speelt.
Kijk daarna, naar de achterkant van het papier. Wat is er naast dit verlies nog waardevol? Welke mensen, momenten of kleine ervaringen geven je steun? Waar kun je soms van genieten? Wat wil je graag behouden of ruimte blijven geven in je leven?
Misschien komen er meteen dingen in je op. Misschien ook niet. Als een van de kanten voor nu leeg blijft, is dat geen mislukking. Je hoeft er niet alsnog iets positiefs op te schrijven om de oefening goed af te ronden. Je kunt het papier wegleggen en er later nog eens naar kijken, als en wanneer dat goed voelt.
En heel misschien.. komen er later weer positieve dingen bij.
Deze oefening kun je zelf doen, maar ook voor je cliënten zit een belangrijke leerles. Namelijk: soms zie je de ene kant van het blad, soms de andere kant, maar de waarheid ligt altijd in het totaal van het blad. De voorkant bestaat niet zonder de achterkant. We kunnen hem immers wel proberen niet te zien, of op een bepaalde manier neer te leggen, maar de achterkant is toch beschreven en die kunnen we er niet meer afhalen.
Niet kiezen, maar ruimte maken
We zullen waarschijnlijk niet snel afleren om gevoelens te willen oplossen. Het is menselijk om pijn te willen verminderen en te zoeken naar manieren om verder te kunnen. Daar is op zichzelf niets mis mee. Soms is verandering nodig, soms helpt een concrete oplossing en soms vraagt een situatie juist om actie.
Maar niet iedere emotie is een probleem dat opgelost moet worden. Sommige gevoelens horen bij wat we hebben meegemaakt, bij wat we belangrijk vinden en bij de veranderingen waar we ons toe moeten verhouden.
Misschien hoeven we daarom niet te kiezen tussen verdriet en dankbaarheid, tussen stilstaan en vooruitgaan, of tussen erkennen wat moeilijk is en aandacht hebben voor wat goed gaat.
Een betekenisvol leven ontstaat niet doordat we het moeilijke vervangen door het positieve. Het ontstaat wanneer er ruimte mag zijn voor wat pijn doet én voor wat ons leven, ondanks alles, waardevol maakt.
Niet alles hoeft opgelost te worden. Soms begint er juist iets te veranderen wanneer we stoppen met kiezen welke kant van onze ervaring er mag zijn.
En soms is herstel juist het leren liefdevol omarmen van allebei de kanten. Hoe mooi of lelijk deze kanten ook mogen zijn.
